Voorbeelden van het gebruik van Moet mee in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Je moet mee naar DC.
Goed dan. Maar jij moet mee.
Ik moet mee, voor het alarm.
Dat kan zo zijn, maar je moet mee.
Helmi moet mee.
U moet mee doen.
Je moet mee naar het bureau.
Stephano, je moet mee.
Mrs Van Hopper gaat weg en ik moet mee. Een ogenblikje.
Jij moet mee.
Ze moet mee.
Je moet mee naar het bureau.
Daarom wat? U moet mee.
Iedereen in het gezin moet mee helpen.
Maar je moet mee.
Ik moet gaan, en jij moet mee.
Nee, ik moet mee.
Een van jullie twee moet mee.
Nee, ik moet mee.
M'n T-Rex moet mee.