Voorbeelden van het gebruik van Moet met hem in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Je moet met hem praten, het eruit gooien.
Je moet met hem mee.
Ik moet met hem praten.
Maar je moet met hem praten.
Je moet met hem praten.
Ik moet met hem gaan praten.
Konigsberg? Je moet met hem gaan praten?
Je moet met hem praten.
U moet met hem spreken.
Iemand moet met hem praten.
Je moet met hem praten. Orion.
U moet met hem gaan praten, Arthur.
Ik moet met hem en Piloot praten.
Je moet met hem gaan praten.
U moet met hem praten.
Jij moet met hem praten.
Seung-jun, ik moet met hem meegaan.
Jij moet met hem praten.
Ik moet met hem praten.
Je moet met hem spreken en zich bij je laten betrekken,
