ONDERWIJZER - vertaling in Duits

Lehrer
leraar
onderwijzer
meester
instructeur
leermeester
lerares
mentor
schoolmeester
docenten
leerkrachten
Schulmeister
schoolmeester
onderwijzer
meester
Schullehrer
leraar
onderwijzer
schoolmeester
Pädagoge
pedagoog
docent
opvoeder
leraar
onderwijskundige
onderwijsdeskundige
onderwijzer
Erzieher
opvoeder
leraar
leerkrachten
onderwijzer
pedagogen
huisonderwijzer
Lehrers
leraar
onderwijzer
meester
instructeur
leermeester
lerares
mentor
schoolmeester
docenten
leerkrachten
Volksschullehrer
leraar
Grundschullehrer
basisschoolleraar
leraar

Voorbeelden van het gebruik van Onderwijzer in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Dat is Armel, een katholieke onderwijzer.
Er ist Lehrer und Katholik. Das ist Armel.
Tot ziens, meneer de onderwijzer.
Guten Tag, Herr Lehrer.
Echt? Deze hier… is hij een bankier, een onderwijzer of een tuinman?
Wirklich? Der hier. Ist das ein Banker, Lehrer oder Gärtner?
Heren, ik ben een onderwijzer uit New York.
Meine Herren, ich bin ein Lehrer aus New York.
Zijn vader was onderwijzer en later directeur van een stedelijke school.
Der Vater war Lehrer und späterer Direktor an einer Hauptschule.
Hij was onderwijzer en fotograaf.
Er war Lehrer und Fotograf.
Mark is onderwijzer en beloofde jullie te helpen.
Mark ist Lehrer und er hat versprochen, euch zu helfen.
Wil je onderwijzer worden?
Du willst Lehrer werden?
Sylvia Vrethammars vader Harald was onderwijzer.
Vrethammars Vater Harald Vrethammar war Lehrer.
Zijn vader was daar onderwijzer.
Sein Vater war dort Lehrer.
Vallets ouders waren beiden onderwijzer.
Davies' Eltern waren beide Lehrer.
Beroepshalve was hij onderwijzer.
Von Beruf war er Lehrer.
Van Kemenade was aanvankelijk onderwijzer.
Cranitch war ursprünglich Lehrer.
Studeren kon niet en hij werd onderwijzer.
Trotz des abgebrochenen Studiums durfte er Lehrer werden.
Hij was beroepshalve onderwijzer.
Er ist ausgebildeter Lehrer.
Ik ben onderwijzer.
Dort bin ich Lehrer.
U bent onderwijzer.
Sie sind Lehrer.
Hij was onderwijzer.
Er war Lehrer!
U bent dus onderwijzer.
Lehrer sind Sie also?
Waarom ben je onderwijzer?
Warum sind sie Lehrer?
Uitslagen: 213, Tijd: 0.0699

Top woordenboek queries

Nederlands - Duits