Voorbeelden van het gebruik van Onvindbaar in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
hij is onvindbaar.
En je wapen onvindbaar is.
De familie die bij de borgzitting was, is onvindbaar.
Zolang het wisselt van site, is het onvindbaar.
Ze is onvindbaar.
Hij is al zes jaar onvindbaar.
Zoek me maar niet, ik ben onvindbaar.
Ze is van het onvindbaar.
zijn kinderen zijn onvindbaar.
Michael, hij is… Ja? onvindbaar.
Hun IP is onvindbaar.
We zijn onvindbaar.
Mijn zoon is daarentegen al een week onvindbaar.
Hij is onvindbaar maar wordt niet vermist?
Hij is onvindbaar.
Zodra ik Tommy nodig heb, is hij natuurlijk onvindbaar.
Hij is onvindbaar, hij verschanst zich ergens.
Sharon is onvindbaar en nu is ook Dresden vermist.
Onvindbaar als ze 't koffer doorzoeken.
Ik duld geen onvindbaar bewijs in mijn rechtbank.