Voorbeelden van het gebruik van Oplichter in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hij is een oplichter en een clown!
En ik ben geen oplichter.
Laten we er eens vanuit gaan dat de moordenaar een oplichter is.
En de haaiensnaaier is 'n oplichter.
Dat u een oplichter bent?
Ik werd oplichter.
Baines is 'n oplichter, maar de ene hand wast de andere.
Oplichter en kruimeldief.
Hij was een oplichter in New Orleans.
Nazarener, oplichter, wat kun jij de mensheid bieden?
Jij bent ook gewoon een oplichter.
Copernicus is een oplichter.
Mijn vader was een dronkaard en een oplichter.
Z'n vader was een bigamist en oplichter.
Ik ben een oplichter.
Oplichter als dergelijke grappen.
Er loopt hier een oplichter in New York rond die.
Ben je een oplichter, Amos?
Je oom is een oplichter, Enrique.
Die oplichter.