Voorbeelden van het gebruik van Opstappen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik zou ook opstappen.
We moeten maar eens opstappen, Mr Hat.
Zullen er meer ministers opstappen?
Ik had moeten opstappen.
Ik moet opstappen.
Je kunt niet op je eerste dag opstappen.
Wij zullen niet opstappen.
Jij gaat niet opstappen.
Het spijt me. Je moet opstappen.
dan zomaar opstappen?
Toen er zaken veranderden wou ik opstappen, maar ik mocht niet.
Je kunt niet zomaar opstappen.
We moeten allebei opstappen.
Misschien wil nog iemand opstappen.
Ik denk dat er een minister zal moeten opstappen.
Sorry, jongens. Ik kon niet opstappen.
We moeten maar eens opstappen.
Hoe kun je gewoon opstappen, Michaela?
Blijven of opstappen Greg?
En dat ik nooit zomaar zou opstappen.