Voorbeelden van het gebruik van Pelgrim in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
De jongen is een pelgrim.
De pelgrim werd uit het kasteel gegooid.
Mooi, want die pelgrim staat al in een kwaad blaadje.
Door dit te doen maakt u een pelgrim.
Toen Wendy verkleed kwam als pelgrim.
Ze symboliseren de boetvaardigheid van de pelgrim.
Goedendag, pelgrim.
Ik ben geen pelgrim.
Misschien is hij een pelgrim.
Wie is de Pelgrim?
Gideon, scan nog een keer naar de locatie van de Pelgrim.
Moet ik me als pelgrim blijven kleden?
De toeschouwer ziet een pelgrim op reis.
Je hebt een Pelgrim gedood.
Wat doe jij hier, pelgrim?
Ja Lecter noemde hem Pelgrim.
Beste Pelgrim.
Klinkt als een pelgrim.
die in restaurants"Pelgrim" wordt geserveerd
Wat de Pelgrim deed, hoe ze onze aanvallen omdraaide.