Voorbeelden van het gebruik van Pessimistisch in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Altijd pessimistisch.
Misschien ben je een beetje pessimistisch.
Het universum kan pessimistisch zijn….
Ik ben niet pessimistisch.
Of pessimistisch. Dat varieert van persoon tot persoon.
U schijnt nogal pessimistisch over de toekomst van China.
Ik vind u erg pessimistisch.
zonder duidelijke perspectieven zijn de consumenten pessimistisch gestemd.
Als het om je broer gaat… ben je altijd pessimistisch.
Doe niet zo pessimistisch.
De meeste onderzoekers zijn hier echter niet zeer pessimistisch over.
Doe niet zo pessimistisch.
Speel iets pessimistisch.
Ik weiger om pessimistisch te zijn.
Waarom ben je zo pessimistisch?
Waarom ben je zo pessimistisch?
Waarom zo pessimistisch?
Niet zo pessimistisch.
Ik wil niet pessimistisch klinken, want ik wil
60% behoort tot de eerste groep en 40% blijkt veeleer pessimistisch.