Voorbeelden van het gebruik van Rijk in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Geen die rijk genoeg lijkt om ons te betalen.
Het rijk was sterk,
Mijn rijk voor 'n paard.
Jullie kwamen hier rijk of jullie kwamen arm.
Het Rijk heeft Hari onderschat.
Mrs. Inglethorp moet zeer rijk zijn.
Het blijkt rijk, aromatisch, met uitgesproken scherpte.
Het Rijk, onze positie in de wereld.
Zij waren al rijk toen ze uit China vertrokken.
Nu krijgt het rijk het welverdiende lang en gelukkig.
Het Rijk erkent de Black Communist Rebellion niet.
Wie hier rijk wil worden,
Het Rijk vreesde Hari,
Dus je bent rijk, hè?
Dorothy is rijk.
Ik word niet rijk, maar ik ben gelukkig.
Het rijk heeft u nodig.
In ons rijk heb je alles bereikt, Arminius.
Veroverden het eiland Iwo Jima op het Japanse Rijk.
Ze moet rijk zijn.