Voorbeelden van het gebruik van Rijtuig in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Uw rijtuig, sir.-Ben met een dame en haar moeder.
Stevie, maak het rijtuig klaar voor dr. Kreizler.
Onze passagiertoegangssystemen zijn vaak het enige interactiegedeelte tussen de passagier en het rijtuig.
Sierra 1. Achterste rijtuig onbemand.
Hé. Het rijtuig is beschadigd.
een maaltijd of een rijtuig aan.
Ons rijtuig staat klaar.
Freddy, betaal het rijtuig.
Niet als hij een rijtuig had.
S Avonds gingen we met een rijtuig naar het wad.
Ik hield altijd van dit rijtuig.
De geleerde zit in rijtuig 27, coupé 33.
Neem een rijtuig.
dochter zitten in het rijtuig.
Het kan enkel losgemaakt worden aan de onderkant van het rijtuig.
Hij is bij het voorste rijtuig.
De geleerde zit in rijtuig 27, coupé 33.
Dank u voor het rijtuig, Mr Laurence.
En de grootste had de grootte van een rijtuig.
Alle passagiers zijn in het laatste rijtuig.