Voorbeelden van het gebruik van Roddelen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik wil niet roddelen.
Dames, roddelen jullie weer over alle stukken op kantoor?
een goed onderhouden gazon in de buitenwijken is roddelen.
Mensen roddelen graag.
Is roddelen een zonde?
Huilen, kinderen baren en roddelen over de buren.
En roddelen.
Jullie roddelen over me achter m'n rug om?
Helen, niet roddelen in de kerk alsjeblieft.
De mensen roddelen, Will.… en hoe jij hem behandelt….
We kunnen niet eens even roddelen.
Niets ongepasts, maar… Mensen roddelen.
Jullie roddelen veel te veel. Oké?
Ik wil niet roddelen.
Dat is geen roddelen, schat.
Mensen roddelen.
Ik moet niet roddelen.
Vijf miljoen mensen konden erover praten, lachen en roddelen.
Roddelen jullie weer over de Barracuda?
Ik wil niet roddelen.