Voorbeelden van het gebruik van Slaapplek in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Je hebt een slaapplek.
Ik heb een slaapplek nodig.
Oma en Thunk zoeken een slaapplek.
Heb je een slaapplek?
Ik heb een slaapplek nodig vannacht.
Dan kunnen we een slaapplek voor je regelen.
Quise heeft even een slaapplek nodig.
Dat hij geen geld had, geen slaapplek.
Hij had geen slaapplek.
Hij helpt graag meiden in de bars die geen slaapplek hebben.
Maddy en ik hebben alleen een slaapplek nodig.
Omega heeft niet eens een slaapplek.
Dit is jouw slaapplek?
Goed gedaan, allemaal. Geef deze mensen eten en een slaapplek.
Toen je zei dat Bill een slaapplek nodig had, verwelkomde ik hem.
We maakten een slaapplek in het bos en toen ik wakker werd.
Tom brengt je naar de mannen geeft je een maaltijd en wijst je een slaapplek.
Laten we kijken of ie een slaapplek heeft.
De eerste verdieping biedt slaapplek aan vier personen.
Ik neem aan dat je slaapplek een kenteken heeft.