Voorbeelden van het gebruik van Spieken in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Oké. Niet spieken.
Ik betrapte 'm bij het spieken.
Teddy haatte spieken.
Ik hielp haar bij het spieken.
Mag ik spieken?
Ik betrapte hem bij het spieken.
Niet spieken.
Niet spieken.
Ik denk… dezelfde reden die ik bij het spieken had.
Ga je spieken op je bekeringsexamen?
En niet spieken.
Nee, niet spieken.
Ik laat je niet spieken.
Sommigen denken dat ik door mijn neusgaten kan spieken, dus meer.
Tel tot 10, niet spieken.
Volgende keer bij hem spieken.
Niet spieken.
Niet spieken.
Niet spieken.
Ik ga spieken.