Voorbeelden van het gebruik van Spijker in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Verstop de spijker.
Ik moet op het bord schrijven met deze roestige spijker.
Ik heb een spijker nodig.
Ik weet waar een spijker is.
Artikel spijker schaal zilver/ grijze
Ik bedoel, spijker op z'n kop.
Spijker. Staart. Hamer.
dan haal ik die spijker eruit.
Je krijgt zo een verdoving en dan haal ik die spijker eruit.
Zie je die spijker?
Hoe het karakter van een persoon te kennen in de vorm van een spijker.
De spijker op z'n kop. Ja.
Hij heeft een plank met een spijker.
Deze spijker noem ik noordelijke agressie.
Geen enkele spijker meer, zeiden we.
Spijker 'm maar aan 't wiel.
Die spijker anders niet.
Spijker topcoat geconfronteerd cap.
Een spijker of zoiets.
Band plakken- spijker.