Voorbeelden van het gebruik van Tam in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Geen zorgen, ze zijn nu tam.
Zelfs Tam niet.
En wild, maar tam.
Ik heb gezondigd. Vergeef me, Tam.
Hij is heel tam.
Je hebt een e-mail van iemand met de naam Tam.
Wilde Aziatische tijger begint tam te worden.
We werden dik en tam.
Natuurlijk, Mr Tam.
Die zombies van jou zijn aardig tam.
Ik wist dat Tam zwak was.
Critica vinden'wildcat' tam.
Niet zonder Tam.
Ik wist dat hij tam was.
Volkov en Tam zijn dood.
Baby showers zijn nogal tam.
Je moet wat eten, Tam.
Vanaf dat moment was de draak tam.
Dus zei Tam dat hij met mij zou mee verhuizen
Wees ook niet te tam, maar laat je gezonde verstand je leermeester zijn.