Voorbeelden van het gebruik van Tam in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Tam, ik ben het, Chico.
Hij is ongeveer even groot als een groot tam schaap.
Dat is haar luipaard en het is tam.
Zodra we hem konden aaien, was hij tam.
Ik wil met Tam Ryvora praten.
Naast hen zijn Apaches tam.
Zo maakte ik hem tam.
Het kon mijn maat Tam zijn.
Je vertelde me dat dat ding tam was.
Luister, weet u dat Tam en Sheldon.
Baby showers zijn nogal tam.
Nee, Tam… Tam is Shepard-technicus.
En wild, maar tam.
Niet zonder Tam.
Hij is praktisch tam.
Tam is Shepard-technicus.-Nee, Tam.
Nee hoor, hij is vrij tam.
Ik zal je helpen, Tam.
Ik houd hem gewoon tam.
Dit zijn Kaz en Tam.