Voorbeelden van het gebruik van Terugdoen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
En ik kon niets voor hen terugdoen.
Je kunt later iets voor me terugdoen.
Ik wil iets terugdoen.
Wat moet ik daarvoor terugdoen?
En wat moet ik daarvoor terugdoen?
Ik wil iets terugdoen.
nu moet hij iets terugdoen.
We kunnen niet vaak iets terugdoen.
Misschien moeten we een stap terugdoen… en deze relatie zakelijk houden.
Je kunt iets terugdoen, door wat met me te drinken.
Ik wilde iets terugdoen, maar hij weigerde altijd.
Niks terugdoen. Verzet je niet.
Ik kan nooit terugdoen Wat je die avond voor me hebt gedaan.
Niet terugdoen. Je trekt 'm eruit.
Misschien kan ik wat terugdoen.
Ik wou dat ik iets voor je kon terugdoen.
Dus laat mij wat terugdoen.
Moet ik het dan ook terugdoen?
Dat wil zeggen dat we hier vandaag in het Parlement nog een stapje terugdoen.
Misschien moeten we een stap terugdoen.