Voorbeelden van het gebruik van Verrassen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
We kunnen hem niet verrassen.
Ik ga je nog wel vaker verrassen.
Verras jezelf, dan kun je ook het publiek verrassen.
Ze gaan je verrassen.
M'n moeder wil hem verrassen.
Nee. Kijken of we haar kunnen verrassen.
Dacht ik zou hen verrassen!
Een dag eerder thuiskomen en je vrouw verrassen.
Om combinaties die zowel verrassen en te werken….
Het zal je nog verrassen.
Er is veel dat je kunt leren en dat zal je verrassen.
Ik wilde je verrassen.
Zo kan ik Elenora verrassen. Het is al een tijdje geleden dat ze mee ging!
Ze blijft verrassen, hè? Indrukwekkend.
Jaar en ze kunnen je nog steeds verrassen.
We moeten hem verrassen.
Ik wil Jerusha verrassen… met een foto van al onze pleegkinderen.
Ze blijft verrassen, of niet?
Ik wil professor Joe verrassen.
Nee, ik wil hem verrassen.