Voorbeelden van het gebruik van Virus in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Er is geen virus ontsnapt.
Bill. Het virus.
Ze laten het gen aanleveren door een gedeactiveerd virus.
Al worden ze bij u ook vast erger naarmate het virus zich ontwikkelt.
Monsters van bacteriën, 'n virus.
Ik vraag me af of het virus het weet?
Nee, jullie zijn het virus.
Ze waren als een van de eerste geïnfecteerd met het virus.
Zoals ik zei, ik denk dat wij deze virus gemaakt hebben.
En ik heb al je documenten en heb die virus van je computer gehaald.
Eerdere beweringen dat 't virus van besmette apen komt, zijn onjuist gebleken.
Maar toen had het virus al veel microscopische schade aangericht.- Hij zal hersteld zijn geweest.
Je hebt het virus weggehaald.
Er zit een virus in de lucht!
Buikgriep virus of uw late drinken.
Wij zijn hier veilig voor het virus en we zijn El Toro daarvoor dankbaar.
Virus, geneesmiddel, en Hatake's nazaat.
Dit virus, al zijn slachtoffers… zijn mijn schuld.
Het virus zal zich verspreiden.
We weten welk dier… het virus draagt en we hebben uw hulp nodig.