Voorbeelden van het gebruik van Vraag stellen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Laat hem een vraag stellen die ze begrijpt.
Mag ik Hodgins een vraag stellen?
Ik kan u dezelfde vraag stellen.
Ik wil u eerst een vraag stellen.
We moeten ze de grote vraag stellen.
Misschien wel als we de juiste vraag stellen.
Begrijp je? Ik ga je een vraag stellen, Alex?
Misschien moet jij je die vraag stellen.
Ik moest de vraag stellen.
Ik moet papa Parker één vraag stellen.
U mag enkel een vraag stellen.
Ik kan jou dezelfde vraag stellen.
Eerst moet ik je een vraag stellen.
Gaat de verdediging nog een vraag stellen?
Laat me je een vraag stellen, Triebig.
Ik kan jou dezelfde vraag stellen.
Mag ik niet eens meer een vraag stellen?
Ik wil het een vraag stellen.
Ik moet je een moeilijke vraag stellen.
In feite, ga je ik je geen enkele vraag stellen.
