Voorbeelden van het gebruik van Vuren in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Twee, vuren naar achteren af.
Niet vuren. Naar het noorden.
Ze vuren op ons!
Beveel dat ze moeten blijven vuren.
Twee, vuren naar achteren af.
Niet vuren. Travis!
Blijf vuren. Het spijt me!
Pas vuren als ik het zeg.
We vuren nu, Saheb.
Niet bewegen. Vuren.
Blijf vuren. Ze sluiten ons in!
Vuren.- Twee, één, vuren! .
Vuren op mijn commando.
Vuren of wegwezen.
We vuren alleen als eat echt noeig is.
Geordi, gaan we op de habitat van de aliens vuren?
Ze vuren niet.
Toen wij hier aan kwamen, waren er vuren langs de weg.
Vuren op mijn bevel!