Voorbeelden van het gebruik van Vuren in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Zodra de bodem daalt duiken we en vuren op mijn bevel.
Blijf vuren, stuurboord-fasers.
Mijn vader ging vuren.
Ze vuren bevroren stikstofpatronen af die in twee minuten oplossen.
Vuren en verplaatsen met de muis.
Niet vuren.
Kraterwapens, vuren.
Ik moest hem schoonmaken voor ik kon vuren.
Ach stik' betekent' onophoudelijk vuren' in het Minbari.
Ze vuren weer!
Alleen vuren op mijn commando.
Ja, nog twee vogeltjes, en we vuren nog steeds.
Je hoeft alleen maar 9 canon ballen die je kunt vuren.
Je wist precies waar en wanneer je moest vuren.
Laat de bemanningen het vuren hervatten.
Ze vuren niet naar ons, aap met poeder-hersenen!
Niet vuren, tenzij er eerst op jullie gevuurd wordt.
Gewoon richten en vuren.
Klaar en vuren.
Ze gaan vuren.