Voorbeelden van het gebruik van Wanneer kun in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Wanneer kun je beginnen?
Wanneer kun je ernaar kijken?
Wanneer kun je weer werken?
Dat klopt. Wanneer kun je die wonderrobot aan ons laten zien?
Wanneer kun je in Manhattan zijn?
Wanneer kun je ze laten bezorgen?
Wanneer kun je met chemo beginnen?
Wanneer kun je weer komen werken?
Wanneer kun je er zijn?
Wanneer kun je hier zijn?
Oké. Wanneer kun je beginnen?
Wanneer kun je naar CTU?
Wanneer kun je beginnen? Lekker.
Wanneer kun je beginnen? Geweldig?
Sinds wanneer kun jij vliegen?
Geweldig. Wanneer kun je beginnen?
Sinds wanneer kun jij koken?
Wanneer kun je dan wel?
Me aan haar voorstellen? En wanneer kun je?
Juist. Sinds wanneer kun jij Franklin lezen?