Voorbeelden van het gebruik van Was van haar in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Die was van haar.
De ring was van haar vader.
Julia Bennett. Deze ring was van haar.
De ring die ik wil laten aanpassen, was van haar vader.
Sarah. Dit was van haar.
Het jongetje was haar zoon en het zwaard was van haar man.
Hier. Dit was van haar.
Deze prachtige ketting was van haar.
Het was van haar.
Welk kluisje was van haar, zei je?
Deze was van haar.
Die ketting was van haar moeder.
Wat? Welk kluisje was van haar, zei je?
Het was van haar, ik wil het hier hebben.
Ja, het was van haar, maar ze was je vriendin aan het vermoorden.
Ja. Het hele idee voor deze show, was van haar.
Het was van haar vader.
Dat was van haar, niet?
Hij was van haar af… en ik was machteloos.
De hoedenpen was van haar en haar vingerafdruk stond op het kopje.