Voorbeelden van het gebruik van Weeral in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Weeral donderdag?
U bent weeral 5 minuten te laat.
Weeral. Zo is mijn leven, man.
Weeral dit gesprek?
Weeral die geur van rattenpis.
Weeral dit gesprek?
Moet je daar weeral naar kijken? Hé, Sonny.
Weeral Sex.
Weeral eentje?
Weeral iemand die naar z'n graf gaat.
Weeral een verkeerde beschuldiging.
Ja, weeral.
Vertel deze mannen dat ze de boom in kunnen… weeral.
Er is niets dan pyramides en zand. Weeral Egypte?
Hoe noemde ze weeral?
Full house, weeral.
Hij komt terug, niet?- Niet weeral.
Negens, weeral gewonnen.
Wat heb je daar? Weeral.
En dit berust allemaal op het fijt dat mijn schip weeral weg is.