Voorbeelden van het gebruik van Weggooien in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Medicine
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
De pen 14 dagen na het eerste gebruik weggooien.
Opdrinken of weggooien.
Niet weggooien.
En ik ga niet m'n verleden weggooien.
Nee, ik wou hem net weggooien.
Dat moet ik weggooien.
STAP 6 Verwijderen en weggooien van de naald.
Je had je mobiel niet moeten weggooien.
Wie zei iets over weggooien?
Maar we moeten het weggooien.
Niet alles weggooien.
In hun afval, dan verlaat ik het huis! Luister, als ik geen spaghetti kan weggooien.
Dat weggooien is heiligschennis.
De spuit weggooien.
Troep, die mensen liever weggooien dan opeten. Fastfood.
Maar dit moet je weggooien.
Ik wil niet alles weggooien.
Dat weggooien is heiligschennis.
Het deel van de voorhuid dat ze na de besnijdenis weggooien.
Niet weggooien.