Voorbeelden van het gebruik van Wegrijden in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Wist dat ik niet vreedzaam kon wegrijden hier. Draai je om, Usher.
Hou de bus tegen, laat hem niet wegrijden.
De bewakingscamera's zagen je wegrijden.
Alsjeblieft. Niet wegrijden.
Ik hoorde een auto wegrijden.
Hard slaan, snel wegrijden.
Wegrijden op een helling bij wagens„met“ Audi hold assist.
Ik zag hem wegrijden.- Goodnight. Wie?
Ik zag iemand wegrijden.
Instappen, motor starten, wegrijden en de muziek aanzetten.
Iemand heeft een blauwe sedan uit de jaren 70 zien wegrijden.
De parkeerhulp heeft me zien wegrijden.
niet wegrijden.
Wilde u wegrijden?
Wegrijden in zijn eigen auto, denkt hij bij zichzelf.
Ik zag hem wegrijden en besloot dat ik wakker moest zijn.
Om veiligheidsredenen zal uw wagen alleen wegrijden, indien.
Ze weten het zodra we wegrijden.
Ik zag ze wegrijden.
Je wilt wegrijden.