WEGRIJDEN - vertaling in Duits

wegfahren
weg
wegrijden
weggaan
vertrekken
verplaatsen
gaan
wegzetten
heenvaren
wegvaren
losfahren
gaan
vertrekken
weg
wegrijden
weggaan
Anfahren
wegrijden
aanrijden
raken
het wegrijden
aan te rijden
afsnauwen
davonfahren
wegrijden
gaan
weg rijden
wegscheuren
weg
manier
pad
neer
gaan
kwijt
weggaan
route
buurt
eraf
ervandoor
davonreiten
wegrijden
abhauen
weg
gaan
vluchten
weggaan
weglopen
vertrekken
ontsnappen
wegrennen
verdwijnen
oprotten
Wegreiten
wegrijden
rijden weg
wegfuhr
weg
wegrijden
weggaan
vertrekken
verplaatsen
gaan
wegzetten
heenvaren
wegvaren
wegfährt
weg
wegrijden
weggaan
vertrekken
verplaatsen
gaan
wegzetten
heenvaren
wegvaren
davonfuhr
wegrijden
gaan
weg rijden
wegscheuren
wegfuhren
weg
wegrijden
weggaan
vertrekken
verplaatsen
gaan
wegzetten
heenvaren
wegvaren

Voorbeelden van het gebruik van Wegrijden in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Wist dat ik niet vreedzaam kon wegrijden hier. Draai je om, Usher.
Täte ich das, könnte ich hier nicht friedlich davonreiten. Umdrehen, Usher.
Hou de bus tegen, laat hem niet wegrijden.
Haltet den Bus auf! Nicht losfahren lassen!
De bewakingscamera's zagen je wegrijden.
Auf den Überwachungskameras sieht man dich wegfahren.
Alsjeblieft. Niet wegrijden.
Geht nicht weg! Bitte!
Ik hoorde een auto wegrijden.
Als ich hineinlief, hörte ich ein Auto davonfahren.
Hard slaan, snel wegrijden.
Hart draufschlagen, schnell abhauen.
Wegrijden op een helling bij wagens„met“ Audi hold assist.
Anfahren am Berg bei Fahrzeugen„mit“ Audi hold assist.
Ik zag hem wegrijden.- Goodnight. Wie?
Ich sah ihn davonreiten. Wessen? Goodnights?
Ik zag iemand wegrijden.
Ich sah einen Kerl wegreiten.
Instappen, motor starten, wegrijden en de muziek aanzetten.
Einsteigen, Motor anlassen, losfahren und die Musik aufdrehen.
Iemand heeft een blauwe sedan uit de jaren 70 zien wegrijden.
Man sah eine blaue Limousine aus den 70ern wegfahren.
De parkeerhulp heeft me zien wegrijden.
Die Parkwächter sahen mich davonfahren.
niet wegrijden.
Sie bewegen sich nicht weg.
Wilde u wegrijden?
Wollten Sie abhauen?
Wegrijden in zijn eigen auto, denkt hij bij zichzelf.
Als er in seinem eigenen Automobil wegfuhr, denkt er sich.
Ik zag hem wegrijden en besloot dat ik wakker moest zijn.
Ich sah ihn davonreiten und beschloss, dass ich wach sein muss.
Om veiligheidsredenen zal uw wagen alleen wegrijden, indien.
Aus Sicherheitsgründen wird Ihr Fahrzeug nur anfahren, wenn.
Ze weten het zodra we wegrijden.
Sie werden es wissen, sobald wir losfahren.
Ik zag ze wegrijden.
Ich sah sie wegfahren.
Je wilt wegrijden.
Du willst einfach nur davonfahren.
Uitslagen: 258, Tijd: 0.0702

Top woordenboek queries

Nederlands - Duits