Voorbeelden van het gebruik van Wit zijn in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Zolang ze maar wit zijn.
Ik hoop dat ze weer wit zijn.
Het zijn sterren… die toevallig wit zijn.
Iets warmer, maar het moet wel nog steeds wit zijn.
De keuken moet wit zijn.
Mijn lammetje moet wit zijn met zwarte oortjes.
Mijn lammetje moet helemaal wit zijn met zwarte oren.
Het mag alleen wit zijn.
Al die voordelen aan wit zijn.
Groen en wit zijn de kleuren van de stad Rotterdam.
Kan een walvis wit zijn?
De raad heeft besloten dat de kleuren van de vlag rood en wit zijn.
Zij zijn ook trots op het feit dat ze wit zijn.
Precies. Dit kan onze vrouw in het wit zijn.
Het moet wit zijn.
De voegen moeten wit zijn.
Het bloed en het wit zijn verdwenen.
Haar appartement gaat in het wit zijn.
het plafond van dede keuken moet altijd wit zijn.
ingetogen zwart en wit zijn.