Voorbeelden van het gebruik van Zakken in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik heb twee zakken D5 nodig. Tim?
Je zakken zijn niet leeg. Hé.
Pak tien zakken ijs en ventilatoren.
Die zakken zaten vol papier van de rebellen.
Toen hij zijn wapen liet zakken, schoot ik hem dood.
Je zal zakken.
Zakken 11 en 12 lopen.
Het bleek dat ze moesten zakken-Ja. met de vraagprijs, twee keer.
Laat haar zakken tot de bodem.
Hang twee zakken O neg op.
De zakken blijven daar en je gaat erop lopen.
We hebben nog drie zakken aardappelen en twee zakken tarwe.
Iemand liet z'n broek zakken.
Ik heb altijd je zakken gevuld.
Je gaat zakken.
Zakken, omslagen en puntzakjes, van Kraftpapier.
Ik wil vier zakken van jouw bloed.
Misschien moeten we zakken met de prijs, twintig à dertig mille.
Ze zakken altijd als er iets verandert.
Dit zijn zakken voor vogelzaad.