Voorbeelden van het gebruik van Ze gelijk in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Roz, misschien hebben ze gelijk.
En ik wil niet dat ze gelijk heeft.
Als ze gelijk heeft, heeft ze gelijk.
We denken dat ze gelijk heeft.
En dat ze gelijk had.
Ik vrees dat ze gelijk hebben.
Ik stuur ze gelijk een berichtje.
Mensen horen graag dat ze gelijk hebben.
Als ze gelijk heeft.
Hebben ze gelijk?
Voor geval ze gelijk heeft.
Zijn ze gelijk?
Misschien hebben ze gelijk.-Ja.
Omdat ze gelijk heeft.
Heeft ze gelijk?
Hebben ze gelijk?
Geef je ze gelijk?
Misschien hebben ze gelijk over wat er 200.