Voorbeelden van het gebruik van Zeurpiet in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Jij bent een zeurpiet.
Heb je er spijt van dat je Rudy een zeurpiet noemde?
God, jij bent een zeurpiet vandaag.
Maar hij was onze zeurpiet.
Ik ben de zeurpiet.
Ken je Karen? Ja, die was veel te lekker voor deze zeurpiet.
Ja, zeurpiet. Mag ik naar binnen?
Waarom ben je dan nog steeds zo'n zeurpiet?
Kom eens hier, zeurpiet.
Stel je niet zo aan, zeurpiet.
Ik mocht je beter als constante zeurpiet.
Ja, zeurpiet.
Iets heeft haar veranderd in de zeurpiet Hayley… waar jij zo van houdt.
je kleinzerig bent… een zeurpiet… en laf.
Of hij aanvaardt dat feit sierlijk of hij wordt gezien als een zeurpiet waarvan verachtelijk zwakte bloot in zijn klagen.
De eeuwige zeurpiet, maar ook diegene… die me altijd steunde… en me nooit zou verlaten. Sorry. Ik was… opgevoed door een kort lontje, de jongste generaal van Binnenlandse Zaken.
Je bent duidelijk een familie van zeurpieten.
Deze stad zit vol zeurpieten.
Attentie, personeelsleden, bezoekers, zeurpieten, gewonden en stervenden.
Deze stad zit vol zeurpieten.