Voorbeelden van het gebruik van Zich goed in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Medicine
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hij houdt zich goed.
Hij heeft zich goed aangepast.
Voelt u zich goed genoeg?
Het is belangrijk dat u zich goed voelt.
Hij houdt zich goed.
U voelt zich goed?
Hij voelde zich goed die dag.
Een waar mensen zich goed voelen.
Dan kan ze zich goed concentreren.
U hebt zich goed voorbereid.
Vooropgesteld, natuurlijk, dat hij zich goed genoeg voelt.
Dit is maar een verzinsel van mensen om zich goed te voelen.
En Devi voelde zich goed.
Nee, dan lijk je iemand die zich goed voelt in z'n vel.
Ze bedekt het met eten en dan voelt ze zich goed.
Ze voelt zich goed.
Hij zegt dat hij zich goed voelt.
gebruik geen machines tenzij u zich goed voelt.
Ik wilde dat ze zich goed voelde.