Voorbeelden van het gebruik van Afschuw in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Wat is uw eigen standpunt? Afschuw of juist bewondering?
En die machteloosheid vertaald zich in afschuw.
Haar gezicht zou een masker moeten zijn van shock en afschuw.
Zij volharden in hoogmoed en afschuw.
Dat hoef je niet met zoveel afschuw te zeggen.
Na een tijd zal mijn verachting opbloeien en veranderen in afschuw.
Zijn naam is synoniem geworden met afschuw en monsters.
Shock en afschuw.
De machtigste man kan allerlei afschuw en verdorvenheden plegen.
Ik dacht alleen even aan uw afschuw van transpiratie.
Na een tijd zal mijn verachting opbloeien en veranderen in afschuw.
De spelers van de Gruppe Bühne werden met afschuw en medelijden neergezet.
We delen de schok en het gevoel van afschuw.
Dit is afschuw.
Maar hij zag in hun gezicht louter afschuw.
Ze liet jouw schoot vullen met woede en afschuw.
Haat, afschuw… rot op, sterf, kreng', et cetera.
Of door de spijt voor de afschuw van onze eigen onrechtvaardigheid.
Nee. Die foto's genereerden universele afschuw.
Haat, afschuw… rot op,