Voorbeelden van het gebruik van Beestje in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Gemeen beestje. Nee, nee.
Kan een beestje over een grasspriet springen?
Smerig beestje.
de natuur van het beestje.
Hoi, Fe. Hoi, Beestje.
Arm beestje, hij heeft het zo moeilijk.
Laat dat beestje met rust.
Gemeen beestje. Nee, nee.
Waar is het beestje momenteel?
Helaas het is gewoon de aard van het beestje.
Ik ben meer bezorgd over dat beestje in je hand.
Ach, het beestje moet een naam hebben, toch?
Dan gebruikt het beestje pijnloos z'n speeksel om.
Fleur je ontbijttafel op met dit kleine beestje.
Nogmaals, het is een ongelofelijk opwindend beestje.
Uh, Ik noem hem beestje.
Nou opstaan, klein beestje.
Dit beestje is proper.
Vreselijk wat moet dit beestje een jeuk hebben gehad.
Driepoot is gewoon een beestje.