Voorbeelden van het gebruik van Beestje in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Dat is de aard van het beestje.
Hij kwam met een spectrum van het ecosysteem van de beestje.
Het was een beestje.
Pumbaa, waar is dat beestje?
Arm beestje.
Dat zei je tegen het beestje?
Dit is m'n zoon, Beestje.
Terug naar de kar, Beestje.
Het huis in, Beestje.
Ga verdomme je bed in, Beestje.
Ga naar bed, Beestje.
Het beestje verankert zich in de huid
Ik vond uitwerpselen van elk beestje dat je in een boom aantreft.
Dit beestje is namelijk erg moeilijk zelf te bestrijden door zijn sterke resistentie.
Toen ik naar het beestje en bug deel van het boek moest ik de technieken in tweeën splitsen.
het is een delicaat beestje.
Ze moeten op het beestje tikken tot het is verdwenen om de antwoorden te zien.
Geen speelgoedEen kleuter die het beestje constant wil aanraken of aan de leiband wil houden, moet snel leren beseffen dat een hond geen speelgoed is.
Zij kunnen het beestje niet bij de naam noemen, maar zij poetsen steeds
met een opgezette lokvogel of door de lokroep van het beestje na te bootsen.