Voorbeelden van het gebruik van Bijzaak in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
De rest is bijzaak.
Het verkrijgen van de postzegel, een bijzaak op zijn best.
Lawrence Hammond is bijzaak.
Waarom riskeert de primus alles voor een bijzaak?
Eigenlijk wel, maar dat is bijzaak.
Het geld was bijzaak.
Steden zijn te belangrijk om als een bijzaak te worden beschouwd.
zou het geld bijzaak zijn.
De rest is bijzaak.
Jij bent bijzaak.
Het meisje is bijzaak.
En Mae… wat zij doet, is bijzaak.
King heeft, wat je noemt, een bijzaak.
Deze samenwerking is geen bijzaak of vrijblijvend.
Muziek De rest is bijzaak.
Wurging was een bijzaak.
Volgens haar is het bijzaak.
Dat is bijzaak.
De rest is bijzaak.
Steden zijn te belangrijk om als een bijzaak te worden beschouwd.