Voorbeelden van het gebruik van Cipier in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
En dat de cipier hier achter zit.
De cipier die je gaat vermoorden, Wilson.
Ze heeft een cipier gedood. Luister.
U bent de cipier.
Zeker, meneer de cipier.
Zie me als jullie cipier.
Cipier Bennett, laten we even praten.
Vermiste cipier!
Weet de cipier dat we hier samen zijn?
Die cipier, Ginger, liet me ervoor met Ruiz vechten.
Hou cipier Altagracia Guerrero vast,
Jij bent de cipier.
Ja, meneer de cipier.
Ik ben geen flik of cipier.
broer en mijn cipier.
Vermiste cipier, sir.
Cipier Bayley heeft haar vermoord.
Aan cipier James.- Aan wie?
Cipier Donovan.
Hij was cipier in Sierra Chica.