Voorbeelden van het gebruik van Dat uitleggen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Wil je me dat uitleggen.
Ja, ik kan dat uitleggen, meneer.
Journalist: Kunt u dat uitleggen.
Ja, ik kan dat uitleggen.
Dat… ik kan dat uitleggen.
Alleen jij kunt dat uitleggen.
Ik kan dat uitleggen.
Misschien als je haar zou ontmoeten en dat uitleggen aan haar.
Ik moet dat uitleggen. Of tenminste proberen.
Kunt u dat uitleggen?
Wil je dat uitleggen aan die mensen?
Misschien wil je dat uitleggen aan de 'Policing Executive.
Moet ik dat uitleggen?
Kun je dat uitleggen?
Kunt u ons dat uitleggen, zodat ook wij dat begrijpen?
Wilt u dat uitleggen?
Hoe moet ik dat uitleggen aan onze mannen?
De rechter zal je dat uitleggen bij je veroordeling.
Wil je dat uitleggen?
Wil je dat uitleggen aan de klas?