Voorbeelden van het gebruik van Den wees in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Ecclesiastic
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
gij eert den wees niet.
gij eert den wees niet.
Het is degeen, die den wees verstoot.
Voor den vreemdeling, voor den wees en voor de weduwe zal het zijn.
Het is degeen, die den wees verstoot.
Het is degeen, die den wees verstoot.
Zij hebben in u den wees en de weduwe verdrukt.
Zij hebben in u den wees en de weduwe verdrukt.
En bemoei u niet met het vermogen van den wees, behalve om het te vermeerderen, tot hij zijn ouderdom van sterkte heeft bereikt,
Hij houdt den wees en de weduwe staande; maar der goddelozen weg keert Hij om.
Hij houdt den wees en de weduwe staande;
Voor den vreemdeling, voor den wees en voor de weduwe zalhet zijn.
Het is degeen, die den wees verstoot.
Doet recht den arme en den wees; rechtvaardigt den verdrukte
Voor den vreemdeling, voor den wees en voor de weduwe zal het zijn.
Die het recht van den wees en van de weduwe doet;
Voor den vreemdeling, voor den wees en voor de weduwe zal het zijn.
Die het recht van den wees en van de weduwe doet; en den vreemdeling liefheeft,
Want ik bevrijdde den ellendige, die riep, en den wees, die geen helper had.
Want ik bevrijdde den ellendige, die riep, en den wees, die geen helper had.