Voorbeelden van het gebruik van Dingen leren in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Mrs Yang… u zult vandaag nieuwe dingen leren.
Kijk eens aan, dingen leren.
Ik moet dingen leren, leren op de moeilijke manier.
Wat dingen leren.
Maar je moet veel dingen leren. Wil?
We moeten hier dingen leren die ertoe doen.
Maar je moet veel dingen leren. Wil?
Wij moeten nieuwe dingen leren, van jou.
Wat dingen leren?
Je moet die dingen leren, sukkel.
Wil je dingen leren door te doen?
Maar je moet veel dingen leren.
De hoofdstad van Vlaanderen kan u zoveel dingen leren.
Iemand moet je die dingen leren.
Je moet zulke dingen leren.
Jaar zonder theater… en niet de dingen leren die ik wil.
Hij moet enkele dingen leren.
ik wil dingen leren.
Ik wil heel veel dingen leren, Uil.
Ondertussen moet ik dingen leren.