Voorbeelden van het gebruik van Dingen leren in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Je kunt ons dingen leren.
De Oude Religie kan ons veel dingen leren.
Maar dit is normaal het gedeelte waar we allemaal rond de holocom staan en dingen leren.
En dan misschien-- heel misschien-- kun je mij nog een paar dingen leren.
Je zou hem dingen leren.
Daardoor kan ik meer dingen leren.
moet ik eerst dingen leren.
ik moet dingen leren.
Wacht. Dus ik moet dingen leren, over dingen? .
Wanneer ga je me de leuke dingen leren,?
Ooit zul jij anderen ook dingen leren.
Eerst moeten jullie wat dingen leren.
moet ik eerst dingen leren.
Ik wil dingen leren.
Dingen leren om een echte vrouw te worden, jouw vrouw.
Dingen leren is een beetje ons vakgebied.
nieuwe dingen leren, analyseren, terwijl je patiënten tegelijkertijd helpt
Elke dag kun je nieuwe dingen leren, of je kunt een aantal nieuwe bestandsindelingen op het systeem
die hun leerlingen heel veel belangrijke dingen leren, zoals hoe je moet rijden, en staartdelingen… maar u leert uw leerlingen hoe ze moeten dromen.
Die hun studenten veel belangrijke dingen leren. Deze school heeft veel goede docenten.