Voorbeelden van het gebruik van Een prof in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Je bent eigenlijk een prof.
Dat is erger dan een prof zijn.
Enig idee wie? Een prof.
Ik dacht dat: ik een prof was?
Hij kan 't alleen af.-Cooper is een prof.
Weet je, ik ben een prof.
Als een prof. Als een prof.
Is ze van ons of van hen? Duidelijk een prof.
Je kleine voetballer ziet eruit als een prof in dit Manchester United-tenue voor peuters.
Mahler kent nog een prof.
Ik ben een prof, zie je.
Hij had een prof honkballer kunnen zijn.
Ik dacht dat jij een prof was of zoiets.
Kijk hoe een prof het doet.
Dus we hebben een prof onder ons?
En Tyler is nu een prof geworden met de lasso.
Je moet daar een prof in zijn tegenwoordig.
Je moet een prof worden.
Ik ben een prof. Het gebeurt niet.