Voorbeelden van het gebruik van Een prof in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Had maar een prof aangenomen.
En een prof rijdt niet op een geleend paard.
Je wilde een prof, nu heb je er een. .
Een prof. Hij noemt zichzelf"De Jakhals".
Of een prof die jou lesgeeft.
Je bent een prof, dus je gooit er niet mee.
Kijk hoe een prof het doet.
Ik ben een prof in sterven, weet je nog?
Je bent een prof.
Maar Manuelo, ik heb een prof nodig.
En gevolgd door een prof.
Dan is het maar goed dat je naar een prof ben gekomen.
Jackson is een prof.
Het is tijd dat we een prof inschakelen.
Omdat ik een prof ben.
Daarom sol je niet met een prof.
De schutter was een prof.
Die vent is een prof.
Mevrouw Vivian. Je bent een prof.
Je bent nu een prof.