Voorbeelden van het gebruik van Een prof in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Die vent is een prof.
Met Richard en dat is een prof.
Dat was een prof.
Die vent is een prof.
Je bent toch een prof?
Ik ben een prof, en dat zal ik bewijzen.
Je praat tegen een prof, schatje.
Je moet een spion zijn, een prof.
Ze is een prof.
Ik ben een prof…, time out!
Blijkt een prof geweest te zijn.
Je rijdt als een prof die ongelooflijk veel fouten maakt!
Ik wil een prof zijn, en dat zal ik worden ook.
Dit is een prof.
Ik ben een prof, zie je.
je bent zelf ook bijna een prof speler.
Voordat John Dudek een caddie werd was hij een prof golfer.
Hij wordt nooit meer een prof.
Tuurlijk niet, ik ben een prof.
Zelfde nummer, maar gecodeerd door een prof. Ik kan hem niet traceren.