Voorbeelden van het gebruik van Eerbiedig in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
spaarzaam, eerbiedig.
Hij was beleefd en eerbiedig.
Hij kwam, en keek eerbiedig naar de Heer.
zuinig, eerbiedig.
En eerbiedig.
Ze zou eerbiedig zijn.
Objectief en eerbiedig.
Ik bedoel, je was een tikkeltje eerbiedig.
Maar ook eerbiedig.
Je moet beleefd zijn, eerbiedig.
Het is niet eerbiedig.
Je moet eerbiedig zijn.
Je bent te glad, te eerbiedig.
Hij was erg eerbiedig.
Eerbiedig lezen we de vele namen.
Respecteer en eerbiedig andermans rechten op privacy.
De engelen waren aanbiddend, eerbiedig, en vol verbazing….
Hij was eerbiedig, een goed mens.
Wabisuke, eerbiedig je oma.
Eerbiedig, maar niet op enige wijze geïntimideerd.