Voorbeelden van het gebruik van Gaan dansen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Gaan jullie dansen of moeten jullie hier zijn? Maar, jij.
Kom op, laten we gaan dansen.
Jij en ik, we gaan dansen.
Je moet dronken worden en gaan dansen.
We hadden moeten gaan dansen. Wat?
Ik vraag je met wie je gaan dansen bent. Wat zeg je?
Wat was je, gaan dansen met je vader?
Laten we nu gaan dansen.
Ben je al vaker gaan dansen?
We zouden gaan dansen.
Kom, laten we gaan dansen.
We hadden moeten gaan dansen. Wat?
Ik ben gaan dansen met Jean Milburn.
Dus je wilt gaan dansen.
Je moet gaan dansen.
Sta op. We gaan vanavond dansen.
Ik kwam jullie vragen ofik mocht gaan dansen.
Daarna zijn we gaan dansen.
We hadden moeten gaan dansen.
Ze kunnen ook mee gaan dansen.