Voorbeelden van het gebruik van Geflikt in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
We hebben het geflikt, broer.
Wat heb je geflikt?
Je hebt het 'm weer geflikt.
Ik kan het niet geloven Schadenfreude heeft het weer geflikt.
Hoe heb je dat geflikt?
Je hebt het hem weer geflikt, DiNozzo.
Je hebt het geflikt.
Hoe heeft ie dat geflikt?
Je moet haar iets geflikt hebben.
Heeft Bailey je dit geflikt?
Wat heeft hij nu weer geflikt?
Papa zouden ze dit nooit hebben geflikt.
Heb je dat geflikt?
Castle, je hebt het weer geflikt.
Zeg me gewoon hoe je dat geflikt hebt.
U heeft het weer geflikt.
Ze heeft mij ook een kunstje geflikt. Criminelen.
Hij heeft het hem weer geflikt.
Je hebt het geflikt.
Hawking-straling. Die kleine heeft het 'm geflikt.