Voorbeelden van het gebruik van Gelachen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Hoe lang heb je om me gelachen?
Al en ik hebben gelachen om toen we jong waren.
We hebben gelachen en gezongen.
Ik heb in maanden niet zo gelachen.
Je hebt nog niet een keer gelachen.
Ik heb nog nooit zo veel gelachen.
Oh, gelachen dat we toen hebben.
Er werd gelachen, gezongen.
Neen! maar gij hebt gelachen.
Ik heb in jaren niet zo gelachen.
Je hebt niet veel gelachen, opa.
Anne en ik hebben daar vaak om gelachen.
Niet veel gelachen die weken. Mijn god, dat gejank.
Gelachen naar een leuke jongen?
u hebt wél gelachen.
Er wordt gekletst, gelachen en gedeeld.
Ik heb in eeuwen niet meer zo gelachen.
God heeft naar mij gelachen.
Ik heb in jaren niet zoveel gelachen.
Ik heb gelachen met motorrijdende sumoworstelaars voor een 7-eleven in Tokio.