Voorbeelden van het gebruik van Genezen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik zal nooit op tijd genezen zijn.
Dat dr. Horn me kan genezen.
Ik kan haar als enige genezen.
Aaron. Misschien kan je iemand anders genezen.
Léa zou niet worden genezen met peyote of iets anders.
Ik wist dat ik niet genezen was. Stop, alsjeblieft!
Gebroken botten kan ik zo genezen, maar… terug laten groeien.
Mensen genezen zelden voor zaterdagavond.
Nee, ik kan je genezen.
Maar ja. Ik ben genezen, Jim.
Nee, professor. Ze kunnen ons niet genezen.
Aaron. Misschien kan je iemand anders genezen.
En niet genezen, niet het haar uitharden.
Ik ben genezen door de heks van Yihang.
U bent genezen, broeder. Verheugt u!
Je getuige kan genezen, informatie hebben.
Dat zal snel genezen.
Maar ja. Ik ben genezen, Jim.
Hugo Strange kan Butch genezen.
We kunnen haar nog genezen.