Voorbeelden van het gebruik van Groot gezin in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Het was een groot gezin.
Het paleis was niet berekend op zo'n groot gezin.
Lk wil een groot gezin.
Ik heb een groot gezin.
We waren jong en wilden een groot gezin.
U weet wel hoe dat is met 'n groot gezin.
Je wilde een groot gezin.
We krijgen een groot gezin.
Ik heb 'n groot gezin.
Ik heb 'n groot gezin.
M'n vader wilde altijd een groot gezin.
Hij wilde een groot gezin.
Ik wilde altijd al 'n groot gezin.
Dunne muren. Groot gezin.
Ik heb altijd een groot gezin gewild.
Mijn vader wilde altijd een groot gezin.
Van een oud wijf met een heel groot gezin.
Wel? Hij heeft een groot gezin te onderhouden.
Onze keuze voor een droogkast voor een groot gezin.
Het huis is bedoelt voor een groot gezin.